Tom heeft geen baan. Hij is op zoek naar werk, maar heeft geen geld om een fiets te kopen. Daardoor kan hij alleen zoeken in een gebied van maximaal 5 kilometer rond zijn huis. Als hij een baantje in ploegendienst zou krijgen, bij een bedrijf verder van huis, kan Tom met het openbaar vervoer gaan. Maar dat sluit helaas niet aan op zijn werktijden. Bovendien: waarvan moet hij de eerste maand het buskaartje betalen? Hij moet het baantje laten schieten. Gelukkig komt Tom bij Wendela terecht. Zij gaat met hem mee naar Cycle Hub, een fietswinkel die oude fietsen opknapt. Ze kopen een fiets voor Tom van de ZEG Opstartbonus. Tom kan nu in een ruimer gebied op zoek gaan naar werk.

 

 

 

Eveline woont samen met haar jongere broertje. Ze zit in het tweede jaar van haar opleiding. Aan het begin van haar eerste jaar heeft ze een laptop, boeken en werkkleding gekocht en het schoolgeld betaald. Daarvoor heeft ze een betalingsregeling getroffen. Ze kon dat betalen omdat ze een bijbaantje had, maar door corona is ze haar bijbaan kwijt geraakt. In het tweede leerjaar krijgt Eveline opnieuw met allerlei kosten te maken. En dat terwijl ze de schulden van het eerste jaar nog open heeft staan. Gelukkig kan Askin haar helpen met de ZEG Opstartbonus. Hierdoor kan ze het lesgeld en de boeken voor het tweede jaar betalen, zodat ze geen nieuwe schulden opbouwt. Voor haar betekent de ondersteuning een nieuwe frisse start.

 

 

Lotte is aangemeld door haar oude decaan. Ze moest rondkomen van haar spaargeld, dat nu bijna op is. Ze heeft een baantje nodig om rond te kunnen komen. Wat Lotte aan kan qua uren of wat voor haar passend is aan werkomstandigheden, is nog niet helemaal duidelijk. Wendela is op zoek gegaan naar een mogelijk passende werkplek. Door de inzet van de Opstartbonus heeft een lokale werkgever haar een plek aangeboden in het bedrijf met begeleiding. Hierdoor kan zij direct voor de uren die zij werkt loon ontvangen. Als de functie passend is krijgt Lotte de mogelijkheid om na deze proefplaatsing in dienst te gaan.